Dit sneeuwlandschap schilderde Edgar Fernhout in 1941. Onder een donkere wolkenlucht strekt het besneeuwde land zich uit tot aan de lage horizon. Bijzonder is de herkomst van het werk. Volgens de overgeleverde herkomst schonk Fernhout het schilderij aan de familie Mijnssen in Baarn, als dank voor het onderdak dat zij hem tijdens de Tweede Wereldoorlog boden.
Edgar Fernhout en de Nederlandse schilderkunst
Edgar Fernhout (1912-1974) groeide op in een uitzonderlijke Nederlandse kunstenaarsfamilie. Hij was de zoon van Charley Toorop en een kleinzoon van Jan Toorop. Al jong kwam hij in aanraking met kunstenaars en vernieuwers uit de Nederlandse avant-garde, maar in zijn vroege werk koos hij voor een nauwkeurig en ingetogen realisme. Stillevens, portretten en landschappen werden aandachtig geobserveerd en zorgvuldig opgebouwd. Het Nederlandse landschap, met zijn lage horizon en veranderlijke licht, bleef een belangrijke inspiratiebron binnen zijn oeuvre.
Vanaf de jaren vijftig werd Fernhouts schilderkunst steeds abstracter. De zichtbare werkelijkheid maakte geleidelijk plaats voor kleurvelden, ritmes en lichteffecten, al bleef de natuur ook in zijn abstracte werk het vertrekpunt. Sneeuwlandschap uit 1941 behoort tot zijn vroege, figuratieve periode. Toch is de latere Edgar Fernhout hier al herkenbaar: de horizon is tot een heldere structuur teruggebracht en de atmosfeer wordt minstens zo belangrijk als het landschap zelf.

Bijzondere herkomst
Volgens de familiegeschiedenis schonk Fernhout zijn werk Sneeuwlandschap aan de familie Mijnssen in Baarn, als dank voor het onderdak dat zij hem tijdens de Duitse bezetting hadden geboden. Fernhout zou daar zijn ondergedoken om zich aan de verplichte aanmelding bij de Nederlandsche Kultuurkamer te onttrekken.
De Nederlandsche Kultuurkamer werd in november 1941 door de Duitse bezetter ingesteld om het culturele leven in Nederland onder nationaalsocialistische controle te brengen. Vanaf het voorjaar van 1942 mochten kunstenaars hun beroep alleen officieel uitoefenen als zij zich hadden geregistreerd. Voor beeldend kunstenaars betekende dit onder meer dat zij zonder inschrijving niet vrij konden exposeren of hun werk via de reguliere kunsthandel konden verkopen. Bij de aanmelding hoorde bovendien een verklaring over afkomst; Joodse kunstenaars werden uitgesloten en daarmee uit het openbare culturele leven geweerd.
De keuze om zich niet bij de Kultuurkamer aan te melden was niet alleen principieel, maar had ook directe gevolgen voor het dagelijks bestaan van een kunstenaar. Werken moest buiten de officiƫle kanalen gebeuren en inkomsten werden onzeker. Desondanks bleef Fernhout zijn eigen weg volgen en trouw aan zijn overtuigingen.
Het werk is te bekijken tijdens de kijkdagen van donderdag 5 tot en met zondag 8 november 2026.
